Philips P330

Dit is een preservatie van teksten die origineel zijn gepost op ptis.nl, aan de originele auteur: er zit geen commercieel doel bij het overnemen van deze content. Het is puur als backup mocht je originele bron ooit offline gaan.

Phocal programmeertaal

Voor de programmering van de P300 office computers werd door Philips de PHOCAL assembler geïntroduceerd.
PHOCAL staat voor Philips Office Computer Assembly Language. Deze assembler was zeg maar een modernere versie van de assembler voor de P350 serie. Voor het programmeren van de P300 serie kon de assembler op iedere P300 office computer met 8K intern geheugen worden verwerkt. Voor het inbrengen van de programmaregels moest je wel enig geduld opbrengen. Zeker het editen van de source was een moeizaam proces. Zo moesten de wijzigingen op adresniveau van achter naar voren worden ingebracht, omdat de assembler de ingebrachte regels direct vertaalde naar uitvoerbare code en dit dus direct invloed had op de adressen.

Phocal assembler voor assembleren op Philips P400 systemen

Voor de programmeurs van Philips en enkele gespecialiseerde softwarehuizen, zoals Bit Programmeerbureau, was er een PHOCAL assembler beschikbaar voor gebruik op een Philips P400 small business computer. De broncode kon dan via harddisk of ponskaarten worden aangeboden. Het geassembleerde uitvoerbare programma kon voor de P300 serie direct op een minicassette worden weggeschreven. Voor de P330 office computer moest het programma eerst naar een cassette worden weggeschreven om vervolgens op een P330 office computer in een programma bibliotheek te worden opgenomen op floppydisk of harddisk.

Instructieset

De beschikbare instructies voor het programmeren in PHOCAL was eenvoudig van opzet, maar zeker toereikend voor de mogelijkheden van alle beschikbare systemen. Deze waren verdeeld in:

– Rekeninstructies (ADD, SUB, MUL, DIV)
– Input instructies (IN, IA)
– Print instructies (ON, OA)
– Gecombineerde input- en printinstructues (ION, IOA)
– Magneetbandkaart instructies (MCI, MCO, RDA, WDA)
– Papierbewerkingsinstructies (PHF, EJT)
– Vergelijkingsinstructies (CMP)
– Spronginstructies (JMP, RET)
– Transportinstructies (TFN, TFA)
– Disk(ette) instructies (OPE, CLO, REA, WRT)
– Pseudoinstructies (PRO,PAG, BGN, BUF, NUM ALP, END)

De assembler vertaalde deze instructies naar een objectcode met een variabele instructielengte. Hierdoor bleef het uitvoerbare programma redelijk klein van omvang. Dit was zeker van belang gezien de beperkte omvang van het interne geheugen. Toch werden voor deze office computers professionele en complexe programma’s ontwikkeld voor boekhouding, facturatie, projectadministratie, lonen e.d.

Genial

Voor de P350 (let op: ik heb de P330, de P350 was een voorloper) serie werden vooral maatwerkprogramma’s ontwikkeld. De kosten voor programmering tegen een uurtarief van inmiddels ƒ 60,00 (€ 57,79) slokte een steeds groter deel van het IT budget van een bedrijf op. Om de ontwikkelingskosten voor klanten te drukken besloot Philips voor de P300 en P400 systemen tot het ontwikkelen van een programma-generator.

Bop Postema, oud-medewerker van Philips, ging met een team aan de slag en ontwikkelde GENIAL. Een applicatie voor het genereren van gestandaardiseerde applicaties. Op speciale formulieren werden door de verkoper specificaties vastgelegd waaraan de applicatie moest voldoen. Nadat deze waren ingebracht in GENIAL werden de PHOCAL assembler instructies gegenereerd die na het assembleren resulteerde in een direct uitvoerbaar applicatieprogramma. Omdat GENIAL assemblerinstructies gegeneerde, waren programmeurs ook in staat om in te grijpen op deze programma’s.

GENIAL was voor Philips een succesvolle tool. Voor meer specifieke programma’s werd vaak een beroep gedaan op softwarehouse zoals o.a. het BIT programmeerbureau uit Made.

Voor de latere P330 serie werd GENIAL niet meer ingezet. Philips bouwde in samenwerking met softwarehouses standaard programmatuur.

De ontwikkeling van PHOCAL

Sjef IJpelaar heeft destijds in Eiserfeld gewerkt en weet zich nog het volgende te herinneren:

De Phocal assembler had in Eiserfeld een ludieke naam gekregen, zoals daar aan alles een naam werd gegeven. Namelijk “Matrass” wat stond voor “Masscore Traurige Assembler”. Dit vanwege het feit dat die slechts kon draaien op een P350 met een Masscore van 3000 woorden. Het was een gigantische stapel ponskaarten die moest worden ingelezen.
Daarna was er ook een versie die draaide op de P1000 en de P400 serie.

Het P300-systeem draaide op de microcode genaamd “Execute”. De bouwer daarvan was Herr Hombt. Herr Wagner en Sjef Ijpelaar voerden de functionele testen uit.

Voor correcties op een programma was een programma “Translate” beschikbaar om van executable code weer programmacode Phocal te maken. Daarvoor hadden ze in Eiserfeld de naam van “Cantiass” bedacht. Dit stond voor “Create Anti Assembler”.
Aan het technische ontwerp van de Phocal assembler was de naam SSI gegeven, zijnde de naam van de secretaresse “SSI-Renate”.

Deze pagina behoort bij deze actuele blogpage

0 replies

Leave a Reply

Want to join the discussion?
Feel free to contribute!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Web Analytics